Ingenieursbureau Corsmit –
Rijswijk*
In de volgende verhalen ga ik u uitleggen wat zoal
de problemen kunnen zijn, als je voor het eerst met het tekensysteem autocad gaat
werken bij een bedrijf en het vervolg daarvan. Dit doe ik aan de hand van
verslagen over bedrijven waar ik met dit systeem heb gewerkt. Ook rekeninghoudend met het feit dat het hele systeem toen min
of meer nog in de ‘kinderschoenen’ stond en de computers ook
allemaal nog niet voor de volle honderd procent goed werkten. Bijvoorbeeld:
vrij traag waren. Ik ga ook zeer hard oordelen over bepaalde werkgevers waar ik
allemaal heb gewerkt. Niets is overdreven. Als ze deze verslagen lezen, zou ik
zeggen dat ze maar eens bij zichzelf te rade gaan en moeten bedenken dat
werknemers ook mensen zijn en met de meest goede bedoelingen voor hun willen
werken!
Tussen 1989 en 1993 werkte ik als eerste - via een
uitzendbureau - bij Ingenieursbureau J. Zonneveld B.V. Het uitzendbureau heette
toen nog steeds Intertechniek. Maar het hoofdkantoor
was inmiddels verhuisd naar Rotterdam en werkten inmiddels veel professioneler
als destijds in Scheveningen. Het verslag over Bureau Zonneveld kunt u elders
op deze site terugvinden. Tot en met dit bureau Zonneveld ben ik steeds een
handmatig tekenaar geweest. Bij mijn eerste de beste volgende werkplek werd ik
aangesteld als autocadtekenaar. Dat moet ongeveer in 1994 zijn geweest.
Vóór deze tijd heb ik nog een aantal maanden op het kantoor van Intertechniek, op hun kosten, het systeem autocad geleerd.
Althans, zowat alle basisgegevens, om zodoende met niet al te veel problemen
ergens aan de slag te kunnen. Op een dag kwam er een vraag vanuit Rijswijk voor
het leveren van een autocadtekenaar en ik kwam daar voor in aanmerking. Het
werd Raadgevend Ingenieursbureau Corsmit te Rijswijk. Dit bedrijf zat vlak bij
het station en tevens bij dat grote winkelcentrum. Ze zaten op een van de
verdiepingen van een middelgroot kantoorpand. In totaal werkte daar zo’n
20 personen, inclusief constructeurs. Er waren 3 directieleden, waaronder zelfs
een oud-collega van mij, die destijds bij Procon
Nederland werkzaam was. Dat was Jan Vambersky, die
kwam destijds als vluchteling vanuit Tsjechoslowakije en had zich in al die
jaren opgewerkt tot technisch directeur bij Bureau Corsmit, maar was inmiddels
ook professor op de Technische Universiteit te Delft. Hij was maar zelden op
het kantoor, maar van te voren hebben we toch wel wat herinneringen opgehaald.
Nu het werk waar ik voor gekomen was:
Dat begon al fout: in plaats van achter een
computer te kunnen plaatsnemen, moest ik eerst wat werk overnemen van een nog daaraanwezig handmatig tekenaar die plots ziek was
geworden. Voor het bedrijf wel een uitkomst, maar dat was in feite toch niet de
afspraak. Zo ging het nog een tijd duren alvorens ik met autocad kon beginnen.
Dat vond ik zeker niet leuk. Die goede man kwam pas na 2 weken weer opdagen en
toen eindelijk achter die computer. Voor de allereerste keer! Ik werd achter
een apparaat geplaatst waarvan de nieuwigheid zeker niet afstraalde. Als
uitzendkracht en beginnend autocadtekenaar werd ik daar min of meer gezien als
de minste in rang. Dat was heel duidelijk voor mij. Dat ding werkte voor geen
‘meter’ en moest steeds de hulp inroepen van een collega om de
problemen aan de lopende band opgelost zien te krijgen. Maar in feite had
niemand daar tijd voor – of wilde daar geen tijd voor vrijmaken –
want ieder had zijn eigen werk. Dus ik ‘modderde’ maar wat aan. Het
kon gewoon niet anders. Mijn gehele geestelijke energie ging volledig op aan
dat ‘klote-apparaat’ en ik was daardoor niet in staat om ook maar
enig resultaat te boeken. Kunt u zich voorstellen hoe ik me daar voelde? Men
werkte daar bovendien ook nog met het kale autocad systeem. Dus niet een
specifiek autocadprogramma, zoals technocad.
Uiteindelijk kreeg ik toch een andere computer, maar ook deze had het
‘stenen tijdperk’ nog meegemaakt.
Ik kon nauwelijks tot resultaat komen. Bovendien
maakte ik onbewust wel eens wat fouten, doordat ik zeker alle
autocadcommando’s nog niet voor de volle honderd procent beheerste.
Enfin, uiteindelijk kwam de eerste tekening ’n keer af en kon deze laten
plotten. Deze werd toen gecontroleerd door een constructeur. Er bleken ’n
paar flinke fouten in te zitten. Maar die constructeur ging er in principe
vanuit dat ik mijn vak wel verstond, maar dat bleek volgens hem dus niet zo te
zijn. Volgens mij dus fouten, omdat ik niet goed met die
‘kloteapparatuur’ kon werken. Volgens hem had ik geen enkele
inzicht in het vak tekenen. Mijn vraag: ‘hoe zou u daarop
reageren?’ Ik was al een zeer gewaardeerd handmatig tekenaar toen meneer
de constructeur nog in het ‘vizier’ van zijn vader zat. Het
verblijf was daarom maar heel kort bij dit bedrijf en toen ik definitief daar
de deur uitstapte, heb ik ze buiten nog even de ‘zegen’ nagegeven.
Er gingen uiteraard nog wel wat meer dingen daar niet goed, maar ik heb me maar
beperkt tot het voornaamste geval. Bovendien vond ik het zelfs niet leuk om dit
verhaal te schrijven. Want ik werd hierdoor weer herinnerd aan die zeer slechte
werkomstandigheden. Bij mijn volgende werkplek was het zeker niet veel anders.
Dat werd toen Ingenieursbureau Molenbroek te Rotterdam en die zaten in de wijk
Kralingen.
Van geen enkele collega daar kan ik nog de naam
herinneren en als dat zo was zou ik die zelfs juist heel graag willen vergeten!
Ik maak, nu ik eraan denk, even van de gelegenheid gebruik om een zeer
opvallend verschijnsel te belichten over het karakter van mijn collega’s
uit vroegere tijden en die van deze tijd. Er zijn grote verschillen gaande. Ik
doe dit even samenvattend: vroeger was men collegialer. Men loste samen de
problemen op. Tegenwoordig is het ieder voor zich. Maar dat is momenteel voor
mij niet meer zo belangrijk. Het is maar dat u het weet!
Kees Wittenbols.
Mei 2007
Ga naar: Ingenieursbureau Molenbroek -
Rotterdam*