Ingenieursbureau Van Ruitenburg

termijn 2 - Rotterdam*

 

 

Zoals ik al schreef, zaten ze hier min of meer op mij te wachten. Het weerzien was natuurlijk prachtig te noemen en vanaf het eerste het beste moment werd ik gelijk overladen met diverse opdrachten tegelijkertijd. Ik zocht uit wat op dat moment het meest belangrijk was en begon daar uiteraard mee. Tijdens dat enkel jaar dat ik ergens anders had gewerkt waren er geen nieuwe mensen bijgekomen. Immers, Cees van Ruitenburg was inmiddels veel kieskeuriger geworden met het aanstellen van nieuwe krachten en zodoende zag ik dan ook dezelfde personen weer terug van weleer. Behalve onze Indonesische constructeur (Henry) uit Dordrecht, die was elders gaan werken. Die vorige computer van mij was inmiddels ingewisseld voor een beter exemplaar en dat was natuurlijk fijner en zeker beter om daar mee te werken. Ook nu gold nog steeds: de autocadtekenaars zorgden voor de kisttekeningen en de twee daar aanwezige handmatige tekenaars zorgden dan voor de wapening. Dat waren: Ton Frijters en Rob Henstra, twee leeftijdgenoten van mij en ze waren uiteraard zeer geroutineerd in het vak. Op een bepaald moment kwam er een nieuw werk binnen. De bedoeling was dat wij de gehele constructie hiervan zouden verzorgen. Het ging om een zeer ingewikkeld appartementencomplex welke in Schiedam zou worden gerealiseerd. De architect van dit complex was een zekere Ralph Erskine uit Zweden. Althans, deze architect had het complex ontworpen en een architectenbureau uit Amsterdam, waarvan ik de naam niet meer weet, zou dit dan verder uitwerken. Deze architect mocht wel bepaalde details naar eigen inzicht wat aanpassen, maar aan het totale beeld mocht hij niet tornen. Ralph Erskine is een wereldberoemde architect, die met name zeer gespecialiseerd is in het bouwen van complexen met betrekking tot stadsontwikkeling. Maar in deze situatie bij dat complex in Schiedam was hij toch wel duidelijk iets vergeten. Er was nauwelijks een goede constructie voor te bedenken. In de ontwerptekeningen zaten heel veel fouten. Nou was natuurlijk wel van dat architectenbureau uit Amsterdam de taak hierop in te spelen, maar kennelijk hadden ze daar niet het juiste personeel voor. Er was natuurlijk nog een probleem: ik was de enige bij van Ruitenburg, naast een constructeur natuurlijk, die hier de beton- en staalconstructies zou moeten verzorgen. Het telefonisch overleg met deze architect duurde bijna net zolang als het compleet uitwerken van de gehele constructie zelf. Ook de tijd die we kregen om alles tot een goed einde te brengen was heel beperkt. Bijna anderhalf jaar heb ik hier aan gewerkt en dan ook nog eens zo goed als iedere avond overwerken. Dit leidde ertoe dat ik het op ’n gegeven moment zowel fysiek als mentaal nog nauwelijks kon opbrengen. Mijn leeftijd ging ook wel een rol spelen. Ik was toen 55 jaar en enkele jaren eerder kon ik alles nog aan, maar dat werd zienderogen minder. Doch, ik had geen keus en ‘modderde’ gewoon verder. Onze constructeur en ook Cees van Ruitenburg bogen zich uiteraard weleens over de bouwkundige gegevens, maar wisten ook nauwelijks iets goeds te bedenken. In veel twijfelgevallen bedacht ik persoonlijk extra zware constructies, om te voorkomen dat later misschien wel eens de boel in elkaar zou komen te vallen. Zware constructies zijn wel duurder, doch wel veiliger. Ik nam gewoon geen enkel risico.

 

Ik had al ’n keer aangegeven dat we op de bovenste verdieping zaten van het Groothandelsgebouw te Rotterdam. Eigenlijk was het een soortement van opbouw. In de zomer kon het er ondraaglijk warm worden. Immers, de zon had vrij spel op dat dak en dat was binnen heel merkbaar. In die omstandigheden moest ik dan een zeer ingewikkelde constructie uitwerken. Van assistentie was geen sprake. Er waren daar geen mensen voor. Op een bepaald moment zag ik door de ‘bomen het bos’ niet meer en wilde ik om die reden daar weg. Ik had hiervoor een afspraak gemaakt met zowel Cees van Ruitenburg als met Intertechniek, dat ik na de vakantie niet meer zou terugkomen. Dit was volgens mij een verstandig besluit. Ik kon het niet verder meer opbrengen en heb het werk toen aan een ander overgedragen, die er uiteraard niet blij mee was, maar hij had natuurlijk geen keus. Het leek natuurlijk wel een beetje op: ‘de ratten verlaten het zinkend schip,’ maar ze konden me wat! Ondertussen had ik ervoor gezorgd dat ik na mijn vakantie ergens anders aan de slag zou kunnen. Zonder medeweten van het uitzendbureau had ik contact opgenomen met Ingenieursbureau Snellen, Meulemans en van Schaik in Breda. Want deze zochten op dat moment een tekenaar. Daarna heb ik met Intertechniek afgesproken dat ik via hun daar dan aan de slag zou gaan. Ik was de drukte zat. Ook het reizen werd me allemaal te vermoeiend en hoopte bij mijn volgende werkplek de mogelijkheid te hebben om daar in vaste dienst te kunnen komen, waarbij ik dan tot mijn pensioen toe zou kunnen blijven werken. Ik nam dus eerst vakantie en daarna zou ik dan in Breda beginnen. Doch, dit werd niet alleen mijn laatste werkplek, maar ook van korte duur, alvorens ik om gezondheidsredenen noodgedwongen werd met werken te stoppen. De aanleiding leest u in het laatste verhaaltje van deze reeks. De collega’s bij van Ruitenburg waren: naast Cees van Ruitenburg: Ton Frijters, Rob Henstra, Jan Boer, Ad Rutters, Arjen van Sundert, …Goedhart, Rinus…, Theo Wulffraat, René van Zomeren en Cees Verhagen. Cees Verhagen was een constructeur, die al een aardig stukje in de zeventig was en maar niet van ophouden wist. Vroeger had hij zelf een ingenieursbureau, maar moest door gebrek aan opdrachten noodgedwongen stoppen. Het zijn zeker niet deze mensen geweest alwaar ik voor wegging. De samenwerking was prima en we hebben samen ook wel leuke dingen gekend. Neen, het waren gewoon de omstandigheden! Onlangs vernam ik dat Theo Wulffraat een eigen bouwbureau heeft opgestart. Nog even iets over die Rinus… Zijn achternaam wil me maar niet te binnenschieten, maar hij had een bepaalde eigenaardigheid. Ik moet zeggen dat Rinus best wel een harde werker was en ook redelijk kundig, daar was niks mis mee. Maar hij was toch ook wel een gestresseerd figuur. Kwaad worden uitte bij hem in het direct opstappen vanuit zijn werkplek en ging dan een wandeling door het Groothandelsgebouw maken, om af te koelen. Na ’n minuut of 10 kwam hij dan weer opdagen en dan kon ie er weer even tegenaan. Dat was het mooie van het Groothandelsgebouw. Je kon helemaal (overdekt dus) rondlopen. Bij slecht weer deed ik dat ook wel eens tussen de middag.

 

Ingenieursbureau Ir. C. van Ruitenburg B.V. bestaat inmiddels ook al enkele jaren niet meer. Het bureau is toen overgenomen, ik dacht door Oranjewoud, met het voltallige personeel daar toen nog aanwezig.

 

 

Kees Wittenbols.

 

Mei 2007

 

 

 

Ga naar: Ingenieursbureau Snellen, Meulemans en Van Schaik (DHV) - termijn 2 - Breda*

 

 

Ga terug naar de index

 

 

 

stats count