Sam en Moos
Sam en Moos hadden elkaar
al jaren niet meer gezien en plots op een beurs liepen ze elkaar weer tegen het
lijf.
Na allerlei begroetingen
en bevragingen spraken ze al weer gauw over ‘de zaken.’
Moos vertelde met verve,
dat hij toch weer in de textiel zat, maar wel geheel geautomatiseerd.
Hij legde uit aan Sam, dat
de balen katoen op een lopende band werden geplaatst en zonder dat er ook maar
een mensenhand aan te pas kwam,
er via allerlei machines
aan het eind van de band keurige pakjes damesslipjes aan kwamen rollen.
Zeven slipjes in één pakje
voor een klein prijsje zei Moos.
Ideaal voor de moderne
vrouw:
een slipje voor de
maandag, een voor de dinsdag enzovoorts.
Sam zijn mond viel open
van verbazing en zei tegen Moos dat hij eigenlijk zo goed als eenzelfde soort
zaak was begonnen.
Maar wel met grotere
machines.
Hij zei dat ie zich op de
export had gestort met name naar Marokko, maar ook net als Moos gespecialiseerd
in damesslipjes, maar wel in pakjes van 12 stuks:
één voor de maand januari,
één voor de maand februari enzovoorts.