Taal en Rijm, deel 2
In dit deel proberen we weer wat vreemde en
inconsequente ‘eigen-aardigheden’ van onze taal weer
te geven.
Dus nog geen: Rijm.

Men zegt weleens: het
lijkt er erg veel op. Maar de stam ‘lijk’ is toch even wat anders nietwaar?
Lijken, is dat je, of iets
ergens op lijkt.
Maar lijken zijn ook
overleden mensen en die leken op wie ze waren.
Soms zegt de taal het wel
erg duidelijk, maar men staat er niet altijd bij stil en toch, toch is het een
troost.
Als iemand is overleden,
dan is men over het lijden heen.
Het is ‘fini.’
Dat lijden dan!
De stad Gorinchem spreek
je uit als Gorkum,
maar Borkum heb ik nog
nooit zien spellen als Borinchem.
Teder handelen is lief,
dan ben je teer, maar smeer nooit iemand in met teer.
De verzamelaar heeft twee
gelijke zegels, hij heeft ze dus dubbel, maar ik lag gisteren dubbel van het
lachen!
En toch ik was alleen, ik
las slechts wat leuks.
Ook die wortel ziet er
smakelijk uit,
maar die wortel waar de
tandarts mee worstelt, daar is geen reuk of smaak aan.
En de wortel van 49 is
echt 7!
Terwijl mijn buitenlandse
buren hun wortels elders hebben liggen.
Het linnen ligt in de kast
en die homo zit ook nog in de kast!
Thuis zit ik op de bank,
ook mijn geld staat op de bank, maar dat schip is vastgelopen op een bank.
Breng dat eens in kaart
zei de chef
en als je op vakantie gaat
stuur dan ook ‘n kaart aan je collega’s
en ik hoop dat je nieuwe
salarisstrook je niet van de kaart brengt.

Ook met een kabinet kun je
alle kanten uit,
het kan staan in je
kantoortje, soms is het een kantoor of je kunt er zitting in hebben.
Maar het kabinetformaat is
16 x
Vraag maar aan de
fotograaf.
En een kabinetstuk is een
prachtexemplaar.
De kachel kun je
aanzetten,
maar die vent van
gisterenavond die was kachel en met mij moet je de kachel maar niet aanmaken.
Jan is de pijp uit, hij
rookte al jaren pijp, maar die laatste pijp die hij rookte!
Hij speelde pijp in het
orkest als hobby, maar als beroep was hij pijpfitter.
Ook was hij niet helemaal
in orde, seksueel gesproken want hij p..., juist ja, zijn maat maar al te
graag.
Nu is zijn kaarsje uit.
Men gaat nog eenmaal voor hem de kaarsen branden.
En hij ligt er dan
kaarsrecht bij.
Een schelling is een oude
munt, maar een schellinkje is een engelenbak.
Het verkleinwoord voor
huis is huisje, voor muis is het een muisje, een luis wordt een klein luisje,
ook een kleine buis wordt
genoemd een buisje, een zachte ruis is officieel dus geen ruisje.
En ‘kuis’ kun je lekker
niet verkleinen.
Mijn juk is zwaar te
dragen, maar het is ook een landmaat en een toestel om te steunen.
Maar wat draagt mijn
jukbeen dan?
Het edele spel met een
kegel heet kegelen, maar daar krijg je dus geen kegel van.
Net als een kei, dat is
een knappe kop.
Maar ik wil geen kei tegen
m’n kop!

Net als een kist, ook zo’n
woord.
Ik zat er laatst 13 uren
in, maar kon er ook in lopen en eten en drinken en poepen,
alvorens ik op de plaats
van bestemming was, mijn grootvader ligt er al jaren in!
En ik wacht nog steeds op
dat kistje lekkere wijn.
Echter ik vrees dat ik me
heb laten kisten.
Het meisje leek in
verwachting en men vroeg haar of ze zwanger was, waarop zij antwoordde:
een ietsie pietsie!
Een boer die dat toevallig
hoorde schamperde luid en duidelijk: Jie bin drachtig of jie bin ’t nie.
Als laatste neem ik de
drukker, hij drukt de mooiste dingen.
Toch wel wat anders dan ik
vanochtend gedaan heb op ’t toilet,
daar was ik ook aan ’t
drukken, maar het was niet om aan te zien en spoelde alles door.
Toch ga ik morgen wat druk
zetten bij die klant ook al wordt ’t drukkend weer
en ik zoveel te doen heb,
dat ik het zeker erg druk zal hebben net als het verkeer.
Maar dat geeft mij niet
zo’n druk als die brief van de fiscus.
Het leren van één taal
vergt een heel leven.
Hoe komt het dat er dan
mensen zijn die vele talen spreken?
Silvia Videler.
April 2007