“De Geit”
Toon was al een paar jaar
werkeloos en daar hij eigenlijk te oud was om nog iets nieuws te gaan doen, of
voor omscholing in aanmerking te komen, ging hij maar een paar leuke cursussen
volgen. Zo werd Toon op latere leeftijd ondermeer een begaafd BUIKSPREKER en
trad voor familie, vrienden en kennissen en in de buurtkroeg met groot succes
wel eens op. Deze optredens stelde hem zodoende in staat om ook eens wat
extra’s te doen en zo vatte Toon samen met Truus, zijn vrouw, het plan op om
eens met de auto naar Marokko op vakantie te gaan.
Ze hadden al wat dagen
rondgetoerd en plots in een klein dorpje zag hij ineens zijn oude
overbuurman Achmed voor een groot huis zitten. Toon kon ‘t amper geloven,
draaide om en zowaar Achmed herkende Toon en Truus ook. Natuurlijk werd er een
glaasje thee aangeboden en Toon verbaasde zich erover dat hij een hond voor het
huis van Achmed zag liggen. Vroeg dus aan Achmed waarom hij een hond had, want
dat was niet gewoon bij Arabieren (lees: Islamieten). “Tja,” zei Achmed, “met
die uitkering uit Holland ben ik hier best wel een beetje rijk en zodoende moet
ik m’n zaakjes goed beschermen.” Vraagt Toon aan Achmed: “mag ik eens met je
hond praten?”

Achmed helemaal verbaasd,
maar stemt hierin lachend toe en Toon vraagt aan de hond of Achmed hem wel
goed verzorgt en of hij (de hond dus) wel voldoende te vreten krijgt. Antwoordt
die hond: “hmm, gaat wel, Achmed heeft me nodig,
vandaar, maar ik was liever in Holland, daar hebben de honden ‘t stukken
beter.”
Achmed hoorde de hond
praten en nog wel Nederlands ook en viel van verbazing van zijn kussen. Direct
daarna zag Toon een kameel staan naast ‘t huis en vroeg Achmed of die kameel
ook van hem was. Achmed knikte bevestigend en zei: “dat stom beest kan zéker
niet praten.” “Ik zal toch eens proberen,” zei Toon en liep op
de kameel af en vroeg eigenlijk hetzelfde als hij de hond gevraagd had.

De kameel antwoordde
(natuurlijk) en zei: “ach, prima, sinds Achmed die Toyota Pick Up uit Holland
meegebracht heeft, gebruikt hij mij alleen maar om de buren de ‘ogen uit te
steken’ en hoef ik geen zwaar sjouwwerk meer te doen.” Achmed had het niet meer,
helemaal van slag en volslagen verbouwereerd en mompelde iets van ‘bij de baard
van de profeet’ en was overdonderd met wat hij zag en hoorde.

Opeens zag Toon een geit
achter het huis van Achmed staan en liep op het beestje toe, waarop
Achmed ineens in paniek uitbrak en tegen Toon schreeuwde:
“pas op voor die geit, geit liegt, geit liegt altijd,
blijf er vandaan!”