De Paus heeft een rijbewijs

Net aangekomen op het
internationale vliegveld van Rome, van dit keer een binnenlandse reis, staat de
paus al te wuiven
naar het bekende gezicht
van Giovanni, zijn privéchauffeur die hem even komt ophalen.
Het betrof een korte maar
noodzakelijke trip zonder veel plichtplegingen en de paus was alleen.
Net voor het instappen in
de grote zwarte limousine zei de paus tegen Giovanni:
“luister eens brave man, ik heb zelf ook een
rijbewijs van toen ik nog bisschop was,
maar sinds ik kardinaal ben geworden en zeker
nu als paus word ik alleen nog maar gereden
en ik zou o zo graag weer eens even scheuren
op de autostrada.”
Giovanni, zag het amper
zitten en maakte vele bezwaren.
Maar de paus was tenslotte zijn hoogste baas,
dus schikte hij zich in de wensen en zei:
“wel Heilige Vader, het is niet de gewoonte en
ik krijg wellicht grote moeite met mijn directe chef.”
Hierop zei de paus: “dat
regel ik wel, ga maar rustig zitten en laat me mijn gang maar gaan.”
Zo gezegd zo gedaan.
Giovanni, de chauffeur ging achterinzitten en de paus kroop achter het stuur.
Met een noodgang scheurde
de paus weg en zat al heel spoedig aan de 200km/u.
Giovanni kneep ‘m als een
oude dief en scheet zeven kleuren.
Maar na een paar minuten
had de Carabinieri, de Italiaanse Rijkspolitie, de scheurende limo al in de
smiezen
en een motoragent stopte de donkere limo met
getinte vensters.
Op het moment dat de paus
het raampje naar beneden liet glijden schrok de agent hevig en zei alleen:
“een moment a.u.b.”
Hij nam onmiddellijk weer
contact op met de meldkamer die hij al eerder had verwittigd dat er een dikke
vette vangst zat aan te komen.
De agent vroeg
onmiddellijk de commissaris te spreken en hij vertelt de commissaris dat hij
een dikke vette limo te pakken heeft met 200 km/u.
“Arresteren en wel
meteen,” buldert de commissaris door de lijn.
Hierop zegt de agent: “ik
denk dat u dat niet zou willen commissaris, ’t is een verdomd hoge ome.”
Waarop de commissaris
zegt: “reden temeer! Arresteren!”
“Nee,” zegt de agent, “een
echt hoge ome” en dit met grote nadruk.
Hierop vraagt de chef:
“heb je dan die klojo van een burgemeester te pakken?”
Agent: “hoger.”
Commissaris: met hoopvolle
stem: “de minister van Justitie dan?”
Agent: “hoger.”
Commissaris: “de president … nee toch hé?”
Agent: “hoger.”
“Nou, nou,” zegt de commissaris.
“wie heb je daar dan in God vredes naam?”
Agent: “tja, u zegt het,
ik denk inderdaad dat het God zelf is.”
Commissaris: helemaal
verbaasd zegt: “heb je soms gezopen?”
Agent: “neen chef, alleen
een paar kopjes cappuccino.”
Commissaris: “hoe kom je
er dan in God’s naam bij te denken dat het God zelf is, halve gek?”
Agent: “tja, ziet u chef,
Hij heeft de paus als chauffeur!”