Adviesbureau Snellen - Breda
Eigenlijk is dit een onderwerp, dat nou niet echt
past om er in de winter iets over te vertellen. Maar het schoot me zomaar te binnen,
omdat ik iemand heb gekend die een zonnesteek had opgelopen. Het was in 1966,
nu ruim 42 jaar geleden. Ik kwam net uit militaire dienst en had al snel een
nieuwe baan gevonden als tekenaar bij een klein ingenieursbureau (ir. Snellen)
te Breda aan de Burgemeester Pastoorsstraat. Ondanks ik toch al wel zo’n
22 jaar oud was, was ik daar toch de jongste. Maar de anderen waren niet echt
veel ouder. De heer Snellen was niet alleen de eigenaar van dit bureau, maar
fungeerde ook als constructeur. Daarnaast waren er ook nog 3 medewerkers als
constructeur en 2 medewerkers als tekenaar-constructeur werkzaam. Iemand die
alleen maar technische tekeningen maakte was er eigenlijk niet. Dat werd ik dan
daar, dus werk zat voor mij. Dat niet alleen, maar het was best prettig werken
daar.
Voordat ik in militaire dienst ging, had ik
voornamelijk in het westen van Nederland gewerkt (Rotterdam en Den Haag), dus
dit was weer eens wat anders en vlak bij huis. Ik kon steeds met de fiets op en
neer. Toch bleef ik wel eens bij enorme drukte ook tussen de middag op het
bureau eten om zodoende weinig tijd te verliezen. Op een gewone dag gebeurde er
iets zeer eigenaardigs. Het liep zowat tegen de klok van twaalf. Op dat moment
waren er ongeveer 4 personen aanwezig op de tekenzaal. In een andere ruimte
daarnaast, waar doorgaans de heer Snellen zijn werkzaamheden verrichtte en waar
de deur praktisch altijd van open stond, rinkelde de telefoon. Een van de
constructeurs die dáár aanwezig was pakte terstond de telefoon en
zei hardop: “MET MOSKOU!”
Hij stond daar met een lachende gelaatstrek bij te
kijken en wij hadden eerst nog niets in de gaten. Zijn haren waren wel door de
war en had zijn stropdas niet meer aan en zijn overhemd ook al los over zijn
broek heen hangen. Wij keken elkaar aan: en van wat nu te doen? Doch hij ging
daarna gelijk naar de achtertuin. Hij had inmiddels zijn overhemd ook al
uitgedaan en had in een schuurtje een zonneklep gevonden en deze opgezet. Een
ding begrepen we goed: “die goede man is de kluts kwijt!” Maar ja…
wat nu? Vóórdat hij die telefoon had aangenomen, waren er al heel
wat dingen gebeurd bij het huis daarnaast. Immers, de familie Snellen woonde
zelf in het huis daarnaast en daar had hij al het een en ander
‘uitgespookt.’ Wat precies weet ik niet, maar mevrouw Snellen en
het dienstmeisje hadden zichzelf opgesloten op zolder, want ze waren bijzonder
bang geworden van ‘onze’ constructeur. De 2 overgebleven
collega’s waren inmiddels hulp gaan zoeken. Om waarschijnlijk ergens te
gaan bellen naar de politie en een dokter. Omdat ik het zelf heel druk had,
bleef ik toch maar doorwerken. Maar dit had ik beter niet kunnen doen. Het was
verstandig geweest om ook het pand te verlaten. Op dat moment bleef ik alleen
over op de zaak met ‘onze’ constructeur. Ik had mijn tekentafel bij
het voorraam staan en een beetje angst had ik wel. Ineens kwam hij naar mij
toe, maar ik bleef rustig. Hij had nog steeds die zonneklep op en zonder hemd
en kwam rustig naast me zitten en plots zei hij op rustige toon:
“Kees, ik zou best een pilsje lusten.”
Ik wist van angst niet te antwoorden en hij bleef daar maar zitten. Plotseling
pakte hij een scheermesje (een scheermesje is een echt tekenaargereedschap,
om inktlijnen mee uit te raderen, we noemden het altijd gewoon: ratsen) en zei
ineens: “weet je wat je daar allemaal mee kunt doen?” Toen kreeg ik
het toch wel benauwd en overwoog om hard weg te rennen. Maar ik deed dit nog
niet. Plotseling haalde hij met zijn been uit en gaf een enorme trap op het
schot van mijn tekentafel en verfrommelde mijn transparanttekening die daarop
vastgeplakt zat. De tekening waar ik dus mee bezig was. Ik bedacht me geen
moment meer en rende met een ‘gloeiende’ vaart de zaak uit.
Ondertussen zaten mevrouw Snellen en haar dienstmeisje nog steeds opgesloten op
zolder. Op een afstand vanuit de straat zag ik hem naar buiten komen en hij
ging toen aan de overzijde langs de waterkant lopen, nog steeds met die
zonneklep op. Na een bepaalde tijd kwamen mijn collega’s aanzetten met
een dokter (het was de toen zeer bekende zenuwarts: dokter Flamand).
Ook twee agenten van politie waren inmiddels gearriveerd. Op dat moment durfden
de twee dames weer van de zolder te komen en wij allen gingen weer naar binnen.
We hadden immers nu bescherming voor het geval dat. Ook ‘onze’ constructeur
was het opgevallen dat er een aantal vreemde personen de zaak betraden en kwam
‘poolshoogte’ nemen. Dus geheel vrijwillig kwam hij in de zaak, bij
de agenten en de dokter staan. De dokter wist van de geschiedenis en kende hem
al van een eerder geval en constateerde dat dit wel een ernstige zaak was en
belde naar ‘n een of andere kliniek, om mede te delen dat deze persoon
direct opgenomen moest worden. Nota bene in het bijzijn van ‘onze’
constructeur ‘hemzelf.’ Dat beviel hem niks en zei tegen de twee
wakende agenten:
“Arresteer die man!” en nogmaals, hun
met grote ogen aankijkend en heel luid: “arresteer die man!” De
agenten wisten niet wat te doen en de dokter werd heel zenuwachtig en gaf de
agenten de opdracht hem mee te nemen, naar die plek waar hij voor gebeld had en
ging terstond weg. Zo bang als een ‘wezel’ vertrok de dokter en
vergat zijn stethoscoop mee te nemen. Toch, op vriendelijk verzoek van de
agenten ging ‘onze’ constructeur toch maar mee. Ja, later hoorde ik
dat hij wel eens in de tropen was geweest en door te veel aan blootstelling van
de zon een zonnesteek had opgelopen en daardoor een deel van zijn hersenen
waren beschadigd. Dit uitte dan bij tijden in gevallen van verwardheid. Alleen
deze keer was het zeer ernstig. Toch waren het tot op dat moment steeds
situaties van tijdelijke aard geweest, maar nu was de beschadiging in zijn
hersenen inmiddels zo groot geworden, dat hij vermoedelijk voorgoed opgenomen
moest worden in een inrichting. Omdat ik kort na dit voorval ergens anders ben
gaan werken, heb ik nooit meer vernomen hoe het een en ander is vergaan met
‘onze’ constructeur. Hierbij nog enkele collega’s van dit
bureau uit die tijd: Jack Schuit, Frans Balemans, Kees Pijs, Ad van Schaik,
Karel Schröder en onze secretaresse: Helma Pijs.
Kees Wittenbols.
Mei 2007
Ga naar: Joost G. Mak -
Rotterdam