BAM-Bredero - termijn 2 - Bunnik*
Hier keek ik lang naar uit, om daar weer eens te
kunnen gaan werken. Weliswaar via Intertechniek, maar dat maakte mij niet uit.
Immers, in 1961 en 1962 had ik hier al eens ’n keer gewerkt en dat was
destijds een heel fijne ervaring. Het bedrijf was toen nog gevestigd aan de
Binckhorstlaan in Den Haag. Ik was destijds daar de jongste tekenaar en ben uiteindelijk
daar toen weggegaan omdat ik gewoon eens wat anders wilde. Het was inmiddels
zo’n 35 jaar later en hoopte nog iemand uit die tijd daar tegen te komen.
Maar helaas, mijn oud-collega’s waren net met pensioen c.q in de VUT. De
nieuwe collega’s daar wisten natuurlijk veel over hun te vertellen, maar
ik vond het toch wel jammer. Alles werd hier nieuw voor mij. Behalve de sfeer.
Die was nog steeds aanwezig. Ik voelde me gelijk op m’n gemak daar.
Ondanks dat het toch wel een gloeiend eind van huis was, ging ik er toch met
plezier naar toe.
Ook in deze situatie moest ik met de eerste trein
naar ’s-Hertogenbosch. Daarna overstappen op een trein naar Utrecht en
dan nog eens een trein naar Bunnik. Het bedrijf zat wel vlak bij het station
gelukkig. De BAM was inmiddels toch wel gegroeid naar een van de grootste
aannemers van Nederland en er werkten daar wel honderden mensen op dat grote
kantoor. Heel ontspannen kon ik daar beginnen aan bestektekeningen ten behoeve
van een nieuwbouwcomplex van een vuilverbrandingsinstallatie welke in Dordrecht
was gesitueerd. Ik dacht ergens aan de Merwedehaven. Het was praktisch en
alleen maar staalconstructie, maar dat had ik in de loop der jaren natuurlijk
ook geleerd. In feite vond ik dat zelfs minder gecompliceerd dan het tekenen
van gewapend betonconstructies, dus ook dit was toch wel een ‘kolfje naar
mijn hand.’
Ook hier tekende men met het technocadsysteem en
voelde me hier als een vis in het water. Lekker zelfstandig het hele project
uitwerken. Toch kreeg ik na ongeveer 2 weken iets vervelends te horen. Er werd
aan de BAM-Bredero geen definitieve opdracht verstrekt om dit gebouw verder uit
te werken en uiteraard moest ik hier onmiddellijk mee stoppen. Ik kreeg
‘duizend’ excuses van de leiding daar, maar het was niet anders. Ze
bedankten mij voor de enorme inzet die ik ten toon had gespreid en was daar
helaas niet meer nodig. Ander werk was op dat moment niet voorhanden en ben
toen gelijk de andere dag daar weggegaan. U zult begrijpen dat ik dit heel
jammer vond, maar dat is toch wel het risico als je uitzendkracht bent. Zo ben
je hard nodig en ineens kan het gedaan zijn. De tijd was zo kort, dat ik zelfs
niet een naam meer kan herinneren van die mensen die daar toen aanwezig waren.
Doch heel snel daarna kon ik weer aan de slag bij Ingenieursbureau Cees van
Ruitenburg te Rotterdam, alwaar ik een jaar of wat geleden ook al had gewerkt.
Die hadden inmiddels een flinke orderportefeuille en ze zaten min of meer om
mij te springen. Dat kon ik van hun best begrijpen, want ik behoefde bij hun
niet meer ingewerkt te worden en ze wisten uiteraard wat ze aan me hadden. Ik
vond het best wel leuk om daar weer aan de slag te gaan. Maar het liep daar
toch anders af dan ik vooraf had kunnen voorspellen.
Kees Wittenbols.
Mei 2007
Ga naar: Ingenieursbureau
Van Ruitenburg - termijn 2 - Rotterdam*