BAM - termijn 1 - Den Haag

 

 

Dit verhaal is in feite een vervolg op mijn werkplek die ik destijds had in Bergen op Zoom. Het was januari 1961 en begon toen als jonge tekenaar bij De BAM (Bataafsche Aannemings Maatschappij) in Den Haag. Dit bedrijf was toen gevestigd aan de Binckhorstlaan. Mijn aanvangssalaris was toen 250 gulden bruto per maand en dat was een héél goed salaris. Bovendien bestond de jaarlijkse gratificatie (vakantiegeld) voor iedereen uit 3 maandsalarissen! Het was voor mij best wel een vreemde situatie. Voor het eerst van mijn leven te gaan werken bij een grote aannemer. Dat niet alleen. Ik ging ook iedere dag met de trein daar naar toe en uiteraard ’s avonds weer terug. Het was ook nog een half uur lopen vanaf het station Holland Spoor. Maar als je jong bent maakt dat natuurlijk allemaal niks uit. Conditie genoeg. De BAM had een eigen tekenafdeling met enkele constructeurs en een aantal volwassen tekenaars daar aanwezig. Uiteraard was ik daar gelijk de jongste tekenaar. Ik was toen 16 jaar oud en ondanks ook hier iedereen alleen met de achternaam werd aangesproken, was ik de enige uitzondering en ze noemden mij Kees. Dat niet alleen, maar vriendelijkere mensen als daar werkten heb ik verder in heel mijn loopbaan niet meer meegemaakt. Ondanks dat er natuurlijk wel gewerkt diende te worden, voelde ik me hier als een ‘tweede thuis.’ Zeer op mijn gemak dus. Het grote werk, het tekenen dus, daar mocht ik nog niet gelijk mee beginnen. Wel het maken van buigstaten. Buigstaten zijn lijsten waarop de juiste vorm van het wapeningsstaal wordt aangegeven. Verder was ik natuurlijk als jongste bediende regelmatig de ‘klos’ voor het maken van lichtdrukken en nog meer van die ‘manus-van-alles-klusjes.’ Maar dat vond ik allemaal niet zo’n probleem. Het hoorde er gewoon bij. Het was nog de tijd dat tekenaars gewoon in potlood tekenden. Alleen bijschriften pleegden ze wel eens met een inktpen te doen. Ondanks dat de BAM best wel een grote aannemer was in die tijd, was er toch niet altijd werk te doen op de tekenkamer. Maar er moest natuurlijk wel een bepaalde bezetting zijn voor het geval dat. Ook hier kwam het toch wel voor dat er dagen, neen, zelfs weken niets te doen was. Het klinkt natuurlijk onwaarschijnlijk, maar menig kruiswoordpuzzel heb ik tussendoor opgelost. Er was in deze tijd nog iets bijzonders. Wij hadden uiteraard op bepaalde tijden een groot aantal tekeningen, die niet meer werden gebruikt, vervallen dus. Die werden dan verzameld en door iemand weggebracht naar een oud-papier-boer. Je houdt het niet voor mogelijk, maar weet nog goed te herinneren dat we daar een kwartje! per kilo voor kregen. Dat geld werd dan in een speciaal potje gedaan en zeer regelmatig werd daar dan gebak voor gekocht. Wat zeg ik, regelmatig? Bijna iedere dag! Toch ging dat niks doen me op d’n duur de keel uithangen, althans slechts alleen die buigstaten maken, dat ik toch maar naar een andere werkplek ging uitkijken. Dat werd toen uiteindelijk de IGB in Breda. Ik ken alle namen van mijn collega’s uit die tijd nog herinneren. Dat waren: de heer van Dongen (chef), Portengen (hoofdconstructeur), Jonker, Bazuin, v.d. Broek, Koeleman, Smit en van Ham. De heer van Ham was architect. Er waren destijds ook 2 directeuren. Dat waren Ir. Jonkheid en Ir. Buitink. Van de administratieafdeling kan ik ook Yvonne Boelhouwers nog goed herinneren. Die was daar weer de jongste en was ook altijd de ‘klos’ als er lichtdrukken gemaakt moesten worden. In die tijd bestond de kopieermachine nog niet en werden de A4-tjes via de lichtdrukmachine gekopieerd.

 

 

Kees Wittenbols.

 

Mei 2007

 

 

Ga naar: IGB - Breda

 

 

Ga terug naar de index

 

 

 

stats count